Dominee Jan Holtslag: ‘Jongeren kunnen op hun moment contact zoeken’

Wie denkt dat alle predikanten hopeloos achterlopen op het gebied van social media, heeft het mis. Jan Holtslag, predikant bij de Hervormde Gemeente Giessenburg en mede-auteur van De Sociale Netwerkkerk, is al jaren actief op Facebook, Twitter, Instagram en WhatsApp. Welke lessen kan hij meegeven? Kerk & Communicatie sprak met hem.

Les 1: Begin niet aan social media als je er niks mee hebt
Allereerst zouden predikanten bij zichzelf moeten nagaan of ze überhaupt iets met sociale media hebben, denkt predikant Jan Holtslag. “Een predikant die daar niks mee heeft, zou ik aanraden er niet aan te beginnen. Je wilt dan iets te gespannen, hebt hoge verwachtingen die niet waargemaakt kunnen worden of doet dingen die helemaal geen zin hebben. Is het niet je ding, vraag dan iemand anders in de kerk het te gebruiken.”

Les 2: Maak tijd vrij voor social media
“Als je er wat mee wilt doen, doe het dan ook echt. Ga niet zeggen dat je er iets mee doet en de volgende maand er nog wel een keer naar kijkt. Het is net als catechisatie. Dat doe je ook elke week. Bereid je daar dan ook op voor.” Hoeveel tijd hij er per dag voor vrijmaakt? “Het gebeurt altijd tussen van alles door of ’s avonds laat tijdens het kijken naar een talkshow. Zeg een uur per dag. Al kunnen er uitschieters bij zitten als er een heftige twitterdiscussie of verslag gedaan wordt van een studiedag.”

Les 3: Stel niet te hoge verwachtingen
Eerder dacht Holtslag nog dat hij jongeren écht zou bereiken als hij social media zou gaan gebruiken. “Dat was een valkuil. Het is geen touw waarmee je jongeren weer de kerk intrekt. Het is niet hét ei van Columbus waardoor je kerken vol krijgt en jongeren weer vol in geloof komen te staan. Dat is de les die ik wel geleerd heb. Sociale media zijn een middel, maar ook niet meer dan dat.”

Les 4: Verwacht niet dat jongeren op Facebook zitten
Het soort medium dat Holtslag gebruikt, hangt af van de doelgroep. “Als ik Twitter gebruik, heb ik vooral contact met collega’s, journalisten en politici. Ik vind het mooi om daar te discussiëren en kennis op te doen. Facebook wordt door jongeren totaal niet gebruikt. Eigenlijk alleen nog als account om elders makkelijk in te loggen.” Op Facebook komt de predikant vooral veertigers tegen. “Daar kan ik artikelen posten waarvan ik zeg: dat is goed om te lezen. Daarnaast zie ik ook waar zij mee bezig zijn. Bij jongeren is dat meer Instagram. Contact leggen kan ik doen door een (privé)berichtje te sturen of door op hun foto’s reageren.”

Les 5: Post zelf ook op social media
“Geef een inkijkje in je eigen leven. Dat kan door een foto van een kerkelijk activiteit te plaatsen, maar je kunt ook laten zien dat je hobby’s hebt.” Zo plaatst Holtslag zelf graag foto’s van zijn grote hobby wielrennen. Verder merkt hij op: “Een tijd geleden las ik over Facebook dat het een schijnwereld is, omdat er alleen maar leuke dingen worden neergezet. Dat klopt op zich wel. Negatieve berichten zet ik er zelf ook niet allemaal op. Net als persoonlijk zaken niet. Er staat bijvoorbeeld niet heel vaak iets van mijn gezin op. Je zet er dingen op om te delen, vooral om daarmee het contact met anderen te zoeken.”

Les 6: Praat op gelijk niveau met jongeren
Als er één ding is dat Holtslag opvalt aan de manier van communiceren van jongeren, is dat de hiërarchie weggevallen is. “Je bent wel de dominee, maar het is allemaal op gelijk niveau. Ze praten met mij op dezelfde manier als dat ze met een klasgenoot of met een politicus zouden doen. Praat je op gelijk niveau, dan is er een mogelijkheid dat je contact krijgt met jongeren en dat het effectief is.”

Les 7: Houd het soms ook luchtig
Soms reageert Holtslag ook onder de foto van een jongere op Instagram. “Dat hoeft niet altijd heel pastoraal of inhoudelijk te zijn. Ik zag laatst nog een foto van een jongen die volleybalt en onder zijn foto had gezet: ‘Omdat ik er zo intellectueel op kijk’. Dat was een grapje. Dan kan je toch even een reactie geven met ‘dat is toch gewoon een mooie foto?’ Er is dan wel weer eventjes contact. Je hoopt daarmee dat hij ook naar je toe komt als hij met iets zit.”

Les 8: Doe niet te populair, maar wees jezelf
“Jongeren prikken er doorheen als je te populair doet. Wees dezelfde persoon op de kansel, de catechisatie en ook op social media.”

Les 9: Wees niet bang om je 06-nummer te geven
“Eerder hadden mensen nog weleens de angst om hun 06-nummer te geven, want stel je voor dat je altijd gebeld zou worden… Dat gevaar is er eigenlijk niet meer.” Met WhatsApp kan iedereen reageren wanneer hem of haar dat uitkomt. “Dat vind ik het mooie: jongeren kunnen op hun moment contact zoeken en ik kan op mijn moment reageren. Het is dan wel wezenlijk dat je dat niet laat liggen. Misschien één of twee dagen, maar reageer wel. Je kunt ook zeggen dat je er nog op terugkomt.”

Les 10: Dring jezelf niet op
De vraag is natuurlijk of een jongere altijd zit te wachten op een vriendschaps- of volgverzoek van een predikant. “Mogelijk niet. Dat betekent voor mij ook dat ik jongeren niet gelijk zelf ga uitnodigen. Wel zorg ik ervoor dat ze weten dat ik erop zit, zodat ze mij kunnen uitnodigen. Een enkele keer kijk ik weleens even wie de foto van een jongere geliked hebben. Dan like ik weleens foto’s van die andere jongeren, zodat ze weten dat ze mij ook eventueel kunnen volgen. Maar ik dring me niet op. Ik wil geen stalker wezen. Wel wil ik – waar mogelijk is – digitaal de hand opsteken en laten weten: ik ben je vandaag tegengekomen. Niet op straat, maar wel op de digitale snelweg.”

Door Lisa Petersen 

Lisa Petersen